Kraken of kwakkelen? Winter in het Openluchtmuseum

De winter moet je vieren. Met ijspret, sleetje rijden, Sint Nicolaas, warme chocolademelk, een knappend haardvuurtje, dansende lichtjes en spannende verhalen. Of het winterweer nu meewerkt of niet, in het Openluchtmuseum regeert de herinnering aan de winters van toen. Soms zoet, soms bitter.

Zes weken lang, – van 3 december 2011 t/m 15 januari 2012- genieten jong en oud van winterse taferelen. Wie wil er niet schaatsen op de verlichte ijsbaan, lekker opwarmen met koek & zopie? Je eigen broodje bakken, of duizelingwekkend snel omlaag sjezen over de sleebaan bij de molen?

Sinterklaas op inspectie
Op zondag 4 december is Sint Nicolaas te gast. Het Openluchtmuseum bestaat bijna 100 jaar en de goedheiligman komt controleren of alles nog wel zo is als het al die jaren bedoeld is? Staan de huisjes er netjes bij, kloppen de verhalen, werken de machines als 100 jaar geleden? Sint gaat op inspectie, met in zijn kielzog klungelpiet en z’n collega-pieten en een heleboel slimme kinderen. De Sint is in het museum van 11.30 tot 14.30 uur en alle kinderen mogen hem helpen!

De kwakkelwinter van 1911
Meteorologen voorspellen een strenge winter. Een ‘horrorwinter’, net als vroeger. Maar, waren die winters altijd zo streng? In de Stolpboerderij vertelt de boerin over de winter van 1911 toen de winter zo zacht was dat de ijsclub een operette opvoerde. ‘Winterconservator’ Leendert van Prooije stuitte op opmerkelijke berichten in de krant. “Midden in die winter reden de karren met sla en bloemkool van de volle grond nog over de Noord-Hollandse wegen, de leeuwerik zong in januari terwijl de madeliefjes bloeiden. IJshandelaren wachtten met smart op vorst en vissers konden nergens ijs kopen om hun vis mee te koelen. Slappe winters zijn dus beslist niet alleen van deze tijd.”

Schaarste en overvloed
Koude of niet, de winterperiode was voor veel mensen een zware tijd. Maar waar het ene gezin de eindjes nauwelijks aan elkaar wist te knopen, leefde het andere in betrekkelijke welvaart. Eind 19de en begin 20ste eeuw organiseerden welgestelden de tombola, waarbij de opbrengst ten goede kwam aan arme gezinnen. Op de ambachtelijke wintermarkt op het Zaanse plein wordt die tombola theatraal verbeeld. Ook zijn er demonstraties klompen maken, houtsnijwerk, manden vlechten, touw slaan, strovlechten, etc.; winterwerk dat het verschil maakte tussen bittere armoede en overleven. Op kleine veldkacheltjes worden aardappelen met wat spek gebakken en geproefd; de dagelijkse karige kost voor de noeste winterwerkers van toen.

Feest!
Lichtpuntjes tijdens de donkere maanden waren de winterkermis en ijsfeesten. De Kop van Jut en ‘de Vroolijke keuken’ (ballen gooien) zijn typische attracties die op zulke winterfeesten thuishoorden. Op het Zaanse Plein worden ze in ere hersteld en natuurlijk ontbreekt de draaimolen niet!

De museumkoks serveren smakelijke biologische pannenkoeken en stevige huisgemaakte winterkost. Op het Kindererf bakken kinderen een vers broodje boven een knapperend houtvuur en ieder weekend en in de vakantie zijn in het Zeeuwse kerkje sfeervolle muzikale optredens. Beleef de winter in het Nederlands Openluchtmuseum!


Vrijdag 18 November 2011 Mail artikel Print artikel